Geschiedenis




GESCHIEDENIS VAN HET ORGEL IN DE CHRISTELIJKE GEREFORMEERDE KERK TE VLAARDINGEN

Voorgeschiedenis


Na de oprichting van de Christelijke Gereformeerde Kerk van Vlaardingen in 1908 werden tot aan 1921 op verschillende locaties in de stad kerkdiensten gehouden. In januari 1921 werd een eigen kerkgebouw aan de Emmastraat 116 in gebruik genomen. De gemeentezang werd begeleidt door een "pedaalharmonium', welk op de galerij stond. Het orgel werd extern van lucht voorzien door een orgelpomper. Orgelpomper is enige tijd Izaak van der Veer geweest. Een van de organisten in die periode was Katharina Torn zij was de eerste vrouwelijke organiste van de gemeente. Haar vrouwelijke opvolgster was vanaf 1945 lange tijd mevrouw M.E. Zwanenburg-De Graaf, die les heeft gehad van haar voorgangster. Karharina Torn zou later bekendheid genieten als dirigente en muziekdocente onder de naam Katharina Verhoeff-Torn. (In de Vlaardingse volksmond 'Kaatje Torn' genoemd)
Op de kerkenraadsvergadering van 9-3-1921 werd besloten de organisten een vergoeding te geven van Fl. 25,00 per kwartaal.
In die tijd was er een orgelfonds gesticht en toen er voldoende was gespaard kon begin 1933 een elektronpneumatisch orgel aangekocht worden. De leverancier, die het ook zou plaatsen, was de firma Ernst H. Leeflang te Middelharnis. Op 13 februari 1933 werd het contract voor Fl. 2500,- getekend.

Het orgel werd gebouwd boven de kansel. Vanaf de bouw van het kerkgebouw was daar een blinde vlakke muur met daar achter een grote koude zolderruimte. Op advies en ook uitgevoerd door de gemeenteleden T. Bruin en L. Torn, werd in de contouren van het orgel een open ruimte in de muur gemaakt. De speeltafel was links naast het orgel geplaatst in een daarvoor gerealiseerde orgelkamer. De organist had weinig of geen zicht op gemeente en predikant. Via een luidspreker kon hij de dienst volgen en middels een zoemertje, werd hem te kennen gegeven, dat hij zijn inleidend orgelspel moest stoppen of beginnen moest met zijn voorspel of uitleidend orgelspel. Ook werd deze zoemer gebruikt wanneer het voorspel volgens de dienstdoende predikant te lang werd en beëindigd moest worden.
Een kleine opening in de muur, die gelijktijdig was aangebracht, afgescheiden door een gordijntje, was het enige oogcontact met de gemeente mits de organist het gordijntje iets open schoof. Hij hoorde de gemeente nagenoeg niet zingen en speelde dus op het gevoel.
Op 11 oktober 1933 was het dan zover dat het orgel in gebruik kon worden genomen.

Getuige het verslag in de Nieuwe Vlaardingse Courant van vrijdag 13 oktober 1933 wordt van blijk gegeven van blijdschap en dankbaarheid. Uit dit verslag een aantal citaten:

HET NIEUWE ORGEL IN DE CHR. GEREF. KERK
In de druk bezochte samenkomst is woensdagavond het nieuwe orgel in het kerkgebouw der Chr. Geref. Gemeente aan de Emmastraat alhier in gebruik genomen en zeer verdienstelijk bespeeld door den heer W. Oranje, organist van de Groote Kerk te Maassluis.
"Dit orgel kan men feitelijk beschouwen als een jubileumgeschenk! Immers het was in 1908 nu dus ongeveer 25 jaar geleden, dat de gemeente uit losse bestanddeelen in een lokaaltje in de Markgraafstraat werd gesticht, waarbij Ds. H. Jansen, van Rotterdam, den Kerkeraad instelde" Hierna gaat de correspondent in op een stukje geschiedenis van de gemeente. Hij vervolgt verder "dat onder het zingen van Psalm 103:1 Ds. J. van der Vegt den kansel betrad en voorging in gebed, waarna hij Psalm 33 las waarop hij het woord gaf aan den heer W.F. Baauw, nadat eerst nog gezongen was Psalm 150:1"
"Nu de laatste toonen van het oude orgel zijn weggestorven en die van het nieuwe spoedig zullen weerklinken, zeide spr., heet ik u namens de Orgelcommissie hartelijk welkom. Het is voor U, maar vooral voor de commissie een dankbare ure. Alle werk is gezegend en geslaagd, waarvoor we God hebben te danken"
Hierna werden een aantal personen bedankt voor hun vele werk en in het bijzonder de jeugdige orgelpomper, Izaak van der Veer, want deze functie verviel nu. Hij kreeg hiervoor een bewijs van erkentelijkheid. De heer Oranje voerde daarop de volgende stukken uit: Preludium, fuga en koraal "Nun danket alle Gott" van H. de Vries, Tocata und Fuga (d moll) van J.S. Bach, "Larghetto" (concert no.2) van G.F. Händel en "Andante"; (A dur) van F. Mendelssohn, nummers welke klankgehalte en smeltbaarheid van het nieuwe instrument uitstekend tot hun recht deden komen";
Vervolgens sprak Ds. van der Vegt een aantal woorden en bedankte velen die hadden meegewerkt aan de totstandkoming van het orgel en bij de ingebruikname. Psalm 108:1 was de slotpsalm.

Na afloop werden wij in de gelegenheid gesteld het mooie instrument te bezichtigen, waarbij de sympathieke jonge orgelbouwer, die het instrument eigenhandig bouwde, ons de noodige toelichting gaf. Het bleek, dat bij den bouw van dit electrisch pneumatisch orgel van de nieuwste vindingen gebruik was gemaakt.
De verplaatsbare speeltafel, welke gebouwd is in een afzonderlijke speelkamer, kan gemakkelijk geheel geopend worden, waardoor kleine gebreken aan onderdelen gemakkelijk worden geconstateerd en verholpen kunnen worden. Ditzelfde voordeel heeft ook het orgel zelf, waar men zonder moeite bij heel het mechanisme en de pneumatiek kan komen. Het zag er alles uitnemend uit.
De dispositie van het orgel is als volgt: Subbas 16', Prestant 8', Bourdon 16', Gedekte 8', Holpijp 8', Viola 8', Octaaf 4', Woudfluit 2', Koppel Ped.+Man. en sup. Man., benevens tremolo, terwijl ruimte gelaten is voor een Roerfluit. Overigens kan nog op allerlei wijze uitgebouwd woorden.
Het heeft een mooi stijlvol open pijpenfront, naar ontwerp van den heer L. Torn.


In een overzicht was de dispositie dus als volgt:


Manuaal : Pedaal: Speelhulpen:
Boudon 16' Subbas 16' Octaafkoppel
Gedekte 8' Prestant 8' Koppel man - ped
Holpijp 8' Tremulant
Viola 8'
Octaaf 4'
Woudfluit 2'

Tijdens een grondige renovatie van de kerk in 1966 werd de speeltafel van het orgel verplaatst naar de galerij, recht tegenover het orgel en de kansel. Middels een kabel over de zolder werd de speeltafel aangesloten op het orgel. De afstand van 30 meter tussen orgel en organist speelde gelukkig geen rol.
In 1968 werd besloten om een nieuw orgel te laten bouwen, omdat het huidige orgel zoveel mankementen vertoonde en elektrische onderdelen van dit eerste elektronpneumatische orgel van Leeflang niet meer te verkrijgen waren.
In het voorjaar van 1969 werd de bouw van het nieuwe orgel opgedragen aan de Duitse firma Fabritcius. Hij werkte toen samen met een uit Rotterdam afkomstige orgelkenner dhr. den Bleeker.
Er waren inmiddels drie offertes aangevraagd o.a. bij de firma Leeflang, Hendriks & Reitsema en Vierdag. De Duitse orgelbouwer wilde voor de Nederlandse markt een promotieorgel hebben. Vlaardingen werd de gelukkige en kon een twee klaviersorgel met vrij pedaal en 13 stemmen voor het bedrag van ƒ 58.000,-- rijker worden.

Door verschillende verenigingen werden acties gevoerd om de nodige gelden te verkrijgen. Zo maakte b.v. het zangkoor "Ethan" op 19 februari 1971 een LP in de Jeruzalemkerk te Rotterdam waarvan de baten voor het nieuwe orgel waren.
Het nieuwe orgel was geprojecteerd op de galerij in de toren. Daartoe moest men de speeltafel van het oude orgel verplaatsen naar de rechterzijkant van de galerij achteraan.
Na veel problemen van beloftes niet nakomen van de orgelbouwer werd onder zware druk een deel van het orgel alvast opgebouwd in de kerk. Zo stond het front er met de speeltafel en later kwamen de pijpen van de manualen. Het oude orgel hield het niet meer en stopte.
Noodgedwongen werd op het ongeïntoneerde half klare orgel de zondagse diensten begeleid. Zo bezat het kerkgebouw twee orgelfronten.
Op de galerij was het geluid veel te sterk, terwijl de kerkgangers onder de galerij zich afvroegen of het orgel wel speelde.
De orgelbouwer liet niets meer van zich horen en via een gerechtelijke procedure werden alle materialen, die inmiddels eigendom waren van de gemeente, naar Nederland gehaald.
Na rijp beraad werd in 1981 besloten met een andere orgelbouwer verder te gaan. De heer Frans van Tilburg werd als adviseur aangetrokken. Nieuwe offertes moesten worden aangevraagd en de firma M.C. Tiggelman uit Zaltbommel werd de opdracht gegund. Er werd een waterdicht contract opgesteld en de heer Tiggelman gaf de garantie het orgel in het voorjaar van 1983 op te leveren.

De heer van Tilburg adviseerde het orgel weer boven de kansel te plaatsen. Tijdens de bouw en verplaatsing van het orgel, werden de zondagse diensten begeleid op het elektronische orgel uit de verenigingszaal, een Domus 4, die vooraan in de kerk naast de kansel werd geplaatst.
Op 4 maart 1983 kon het orgel door de heer Tiggelman overgedragen worden aan onze gemeente. Frans van Tilburg bespeelde op deze historische avond het nieuwe orgel. Eerst werd de samenzang van twee psalmen, Ps. 33: 2 en 146: 1 en 8 nog op het elektronische orgel gespeeld. Daarna nam Van Tilburg plaats achter het nieuwe orgel. Daarna werden eerst nog de psalmen 100: 1 en 3 en 150: 1, 2 en 3 gespeeld en door de aanwezigen meegezongen. Vervolgens concerteerde Frans van Tilburg koralen van J.S. Bach, een menuet en het Allegro van Händel, Toccata van Bram Bruin, Trio over het Gebed des Heeren van Jan Zwart, Aria over "Verlosser Vriend" van Feike Asma en verder improviseerde hij over twee orgelkoralen: "Wat God doet dat is welgedaan" en "Kom laat ons voortgaan kinderen".

Het nieuwe orgel heeft de volgende dispositie:

 

Manuaal I (Hoofdwerk): Manuaal II(nevenwerk): Pedaal:
Prestant 8' Gedeckt 8' Subbas 16'
Roerfluit 8'
Gemshoorn 4' Gedecktbas 8'
Octaaf 4' Octaaf 2' Koraalbas 4'
Nachthoorn 2' Quint 2 2/3'
Mixtuur 1 1/3' Dulciaan 8'

Speelhulpen: koppelingen I - II / I - ped. / II - ped. / Tremulant op man. II



Het hoofdwerk
Het nevenwerk
Pijpwerk binnenzijde Hoofdwerk
Het nevenwerk met op de voorgrond de dulciaan 8'
Het klavier
 


Tot 2001 is het orgel jaarlijks in onderhoud geweest bij de firma Tiggelman. Om gezondheidsredenen moest hij het bedrijf sluiten en zijn wij over gegaan naar de Rotterdamse orgelbouwer Scheuerman.
In november 2002 is het orgel geherintoneerd

Bron: Archief C.G.K. Vld.